Stadionbuurt · 1914–1929
De buurt
Deze straat ligt op de grasmat van een stadion dat er niet meer is. Zonder dat stadion, en zonder de Olympische Spelen die het overbodig maakten, was er geen Argonautenstraat.
Het eerste stenen stadion van Nederland
In 1912 won architect Harry Elte een prijsvraag voor een nationaal sportpark, met zijn inzending onder het motto 'Barnardes' — beoordeeld door een jury onder voorzitterschap van H.P. Berlage. Het resultaat was een bakstenen voetbalstadion met atletiekbaan en vier hoektorens, plaats voor zo'n dertigduizend toeschouwers. Het opende op 5 april 1914: het eerste stenen stadion van Nederland, precies op de plek waar nu de Jason- en Argonautenstraat liggen.
Een paar maanden na de opening brak de Eerste Wereldoorlog uit. Rond 1923 kwam er een wielerbaan bij. Maar toen Amsterdam in 1923 de Olympische Spelen van 1928 toegewezen kreeg, bleek Eltes stadion met dertigduizend plaatsen te klein. Er kwam een compleet nieuw stadion — van Jan Wils, vlak ernaast.

De Spelen van 1928
Jan Wils' nieuwe stadion kreeg zijn eerste paal op 13 september 1926 en werd op 1 mei 1928 opgeleverd — zeventien dagen voor de opening. Op 28 juli 1928 opende prins Hendrik de Spelen; bovenop de Marathontoren brandde voor het eerst een olympisch vuur, een idee van Wils zelf dat het IOC sindsdien bij elke opening overneemt. 2.875 sporters uit 46 landen namen deel, onder wie voor het eerst vrouwen bij atletiek en gymnastiek — tegen fel verzet van oud-IOC-voorzitter Pierre de Coubertin.
Nederland won negentien medailles, onder meer door de vrouwenturnploeg, zwemster Marie 'Zus' Braun en bokser Bep van Klaveren — nog altijd de enige Nederlandse olympisch kampioen boksen. Wils zelf won goud: kunst was destijds een olympisch onderdeel, en hij kreeg de prijs bouwkunst voor het stadion dat hij net had opgeleverd. Eltes oude stadion diende tijdens de Spelen als tweede oefenterrein.


Sloop, en een straat op de grasmat
Zodra de Spelen voorbij waren, was het oude stadion overbodig. In de winter van 1928–1929 werd het gesloopt om plaats te maken voor de laatste uitbreiding van Berlages Plan Zuid — ruim 1750 woningen, een van de ambitieuze pogingen van Arie Keppler, directeur van de Gemeentelijke Woningdienst, om de woningnood te bestrijden. Architect Jan Gratama tekende het stedenbouwkundig raamwerk en wees per bouwblok een architect aan.
Op het lege terrein kwamen de nieuwe straten Griekse namen: Jasonstraat, Argonautenstraat, Agamemnonstraat, Achillesstraat — vernoemd in hetzelfde raadsbesluit als de straat zelf. Wie het besluit precies leest, ontdekt ook een klein Germaans godenrijk vlak naast de Grieken:het volledige verhaal van de naamgeving staat op de volgende pagina.
Harry Elte, architect van het gesloopte stadion, was de vooraanstaandste joodse architect van vooroorlogs Nederland. Hij overleed op 1 april 1944 in Theresienstadt.

Het Olympisch Stadion, gered
Wils' stadion overleefde bijna niet. Het stond op het punt gesloopt te worden, tot Piet Kranenberg — bijgenaamd "Piet Graniet" om zijn vasthoudendheid — architect André van Stigt vond voor een restauratie. Een publieke inzamelingsactie, "draag een steentje bij", haalde de ontbrekende vijf miljoen op. De restauratie liep van 1997 tot 1999 en leverde in 2001 de Nationale Renovatieprijs op. Het oude scorebord huisvest nu een warmtekrachtcentrale die het stadion én achthonderd woningen verwarmt.
De Van Tuyll van Serooskerkenbuurt, waarin de Argonautenstraat ligt, is vernoemd naar Frederik van Tuyll van Serooskerken, eerste voorzitter van het Nederlandsch Olympisch Comité — dezelfde man die via zijn vriendschap met IOC-voorzitter Pierre de Coubertin de Spelen naar Amsterdam haalde.
Gebaseerd op de Nederlandse Wikipedia (lemma's Stadionbuurt enOlympisch Stadion (Amsterdam), CC BY-SA 4.0), Ons Amsterdam, het Nieuwe Instituut en Buro van Stigt. Zie het colofon voor de volledige bronvermelding.